18 juli 2018

artikel

Metingen worden vergeten, verhalen zijn onvergetelijk

Verhalen vertellen (Storytelling) is een methode om vanuit de bewoner, cliënt of eindgebruiker te kijken naar het beleid en naar de uitvoering.  Een onderdeel van het programma sociaal domein is het onderzoeken van de waarde van verhalen voor het ‘volgen, spiegelen en leren in het sociaal domein’. Oftewel: het verhaal achter de cijfers achterhalen en delen om daarvan te leren. De wens bestaat om meer te doen met verhalen, vanuit het idee dat cijfers niet alles zeggen. Rond dit thema werd op 28 juni vanuit het programma sociaal domein een minisymposium gehouden voor gemeenten. We delen drie goede voorbeelden die daar besproken werden.

 


Storytelling is het vertellen van geloofwaardige verhalen die relevant zijn voor de doelgroep en die ervoor zorgen dat er een samenhang tussen gebeurtenissen ontstaat. Die verhalen zorgen ervoor dat de doelgroep (complexe) informatie begrijpt, de informatie onthoudt en er een emotionele band ontstaat.


Drie initiatieven met verhalen

  • Verhalen inzetten om dienstverlening te onderzoeken en innovaties te ontdekken

Theo Hendriks hielp al vele publieke organisaties bij het (her)vinden van hun verhaal, waarmee ze krachtig en authentiek kunnen vertellen over drijfveren en plannen, verandering en vernieuwing versnellen, en mensen in beweging brengen. ‘No story, no glory’ is zijn motto, omdat er volgens hem een beeld nodig is om het sociaal domein te vernieuwen of te versnellen. Denkbeelden van (kwetsbare) mensen gaan verder dan je in cijfers kunt vatten. Bovendien creëren cijfers een afstand, terwijl we zorg juist dichterbij mensen willen brengen. Dat betekent niet dat meten minder waard is dan het delen van verhalen. Als je de werkelijkheid duidelijk en eenvoudig wil maken, of je wil het heel snel eens worden met elkaar, dan helpt kwantitatief onderzoek. Maar als je dingen in gang wil zetten, vernieuwen of versnellen is er meer nodig. Namelijk een beeld: het verhaal achter de cijfers.

  • Effectencalculator

Cora Brink gaf uitleg over de Effectencalculator met een aansprekend voorbeeldverhaal over wat je met een verhaal op kunt halen en wat niet in cijfers terug te vinden is. De effectencalculator is een voorbeeld van een evaluerend instrument waarbij verhalen worden opgehaald rond een casus in het sociaal domein. Bij deze methode worden verschillende betrokkenen bij een casus uitgenodigd voor een sessie waarin het verhaal in kaart gebracht wordt aan de hand van bepalende gebeurtenissen. Hierbij staan drie vragen centraal: wat is er gebeurd in het leven van de bewoner/cliënt dat geleid heeft tot verandering of verbetering van de situatie; welke ondersteuning is daarvoor geleverd; en wat is het prijskaartje daarvan? Zo geven inwoners zelf aan wat van belang is en kun je zien hoe werkwijzen écht uitpakken in de praktijk. De financiële gevolgen worden helder gemaakt en daarbij direct gekoppeld aan de meerwaarde voor de bewoner. Als hulpmiddel daarvoor is een maatschappelijke prijslijst opgesteld. Om te kunnen vergelijken worden dezelfde vragen ook gesteld voor de situatie zonder deze interventie. Wat zou er gebeurd zijn als de betreffende ondersteuning of interventie niet was geleverd en wat zou daar voor prijskaartje aan hangen? Het geeft behalve inzicht in kosten en effecten ook inzicht in hoe samenwerking door verschillende hulpverleners binnen een gezin uitwerkt. Cora gaf wel aan dat het werken met verhalen niet vanzelf gaat. Je moet een geschikte casus vinden en de betrokkenen moeten bereid zijn om hun verhaal te doen in deze setting. Dat is in het begin wat ongemakkelijk, maar uiteindelijk een heel natuurlijke en prettige manier van communiceren.

  • Narratief waarderen

Esther Sarphatie vertelde gepassioneerd over haar zoektocht in het ontwikkelen van Narratief waarderen. Het fundament van de aanpak zijn de ervaringen en verhalen van burgers, bewoners, en cliënten. Een voorwaarde om goed te kunnen evalueren is dat je moet weten wat je wil bereiken. Een belangrijke vraag daarbij is ‘Wat is belangrijk voor de stakeholders (bijvoorbeeld de buurtbewoners)?’ Om dat te achterhalen met behulp van verhalen moet je methodisch te werk gaan, niet ad hoc. En je moet met alle betrokken partijen samenwerken. Daarvoor is dus commitment nodig, niet alleen binnen de gemeentelijke organisatie maar ook bij de partners. Zo kun je gezamenlijk komen tot een cyclus van plannen, doen, controleren en reflecteren, niet met cijfers maar kwalitatief. De afgelopen jaren is hiermee geoefend bij een aantal voorzieningen zoals mantelzorgondersteuning, cliëntondersteuning, ontmoetingsplekken voor mensen met dementie en maarschappelijke begeleiding van statushouders. Om verder te komen in de ontwikkeling van het gebruik van verhalen is er een samenwerking gestart tussen gemeenten en kennisinstituten: de Hogeschool Utrecht, de Erasmusuniversiteit Rotterdam en Haute equipe. Hun publicatie ‘Narratief waarderen’ volgt dit najaar.

Verder aan de slag met narratieven?

  • Download de powerpoint van de bijeenkomst Verhalen delen in het sociaal domein.
  • Of stuur een mail met je naam en rol/functie naar GemeentenvandeToekomst@minbzk.nl
    • Wanneer je op de hoogte gehouden wil worden van de activiteiten van het consortium.
    • Wanneer je vanuit een gemeente wil deelnemen aan de leergemeenschap voor de doorontwikkeling van narratief waarderen. Alle betrokkenen zijn welkom, of je nog moet beginnen of juist zelf al aan de slag bent met narratieven en graag wil delen en leren.