28 juni 2017

artikel

Veelgestelde vragen: Bijstand aan vergunninghouders

Krijgen vergunninghouders de inrichtingskosten vergoed?

Het college van burgemeester en wethouders (college B&W) heeft de bevoegdheid en verantwoordelijkheid of iemand bijzondere bijstand krijgt ter dekking van de kosten van de inrichting van de woning. Het college B&W kijkt dan naar de individuele omstandigheden van het geval.

Bij uitgenodigde vluchtelingen, die op voordracht van de UNHCR naar Nederland komen, moet de gemeente meteen een basaal ingerichte woning opleveren. Deze vluchtelingen komen immers direct naar de gemeente. In dat geval verstrekt de gemeente om praktische redenen de duurzame gebruiksgoederen gratis en in natura. De gemeente kan dit combineren met bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor de overige noodzakelijke inrichting.

Wat is de ingangsdatum van de uitkering van een vergunninghouder? Is dit de datum van tekenen huurcontract of is dit het moment van vertrek uit het AZC?

De ingangsdatum is het moment waarop de vergunninghouder zich meldt bij de gemeente / UWV. Als er nog een voorliggende voorziening is zoals de Regeling verstrekking asielzoekers (RvA) kan de gemeente geen bijstand verstrekken. Zolang de vergunninghouder in het AZC woont, heeft hij/zij recht op RvA.

Geldt de 4-weken-zoektermijn voor jongeren onder de 27 jaar ook voor vergunninghouders?

Ja, maar er is een uitzondering voor deze groep.

De vier weken termijn is bedoeld om jongeren tot 27 jaar – nadat zij zich hebben gemeld met de intentie om bijstand aan te vragen – eerst zelf actief te laten zoeken naar werk of een geschikte opleiding. Na afloop van de vier weken zoektijd kan de gemeente de aanvraag voor bijstand van de jongere in behandeling nemen. De gemeente beoordeelt of de jongere voldoende actief is geweest met het zoeken naar werk. Als dat het geval is, maar de jongere heeft toch geen werk en verder onvoldoende middelen van bestaan, kan de gemeente bijstand toekennen vanaf de dag van melding.

Voor uitgenodigde vluchtelingen en vergunninghouders die uit de centrale opvang verhuizen kan dat anders zijn. Op grond van art. 41 lid 8 Participatiewet kunnen zij na de melding, op verzoek, een voorschot krijgen in de vorm van een renteloze geldlening. Dat kan als “onevenredig bezwarende individuele omstandigheden daartoe noodzaken” en duurt zolang het recht op algemene bijstand niet is vastgesteld.

Vallen vergunninghouders ook onder de kostendelersnorm?

Ja. Als er meer personen in een woning wonen, kunnen zij de woonkosten delen. Dat geldt voor alle inwoners van Nederland en dit is niet anders voor vergunninghouders die een woning delen.

Uitgezonderd van de kostendelersnorm zijn:

  • jongeren tot 21 jaar;
  • kamerhuurders met een commercieel contract (en die een commerciële huurprijs betalen);
  • studenten die een opleiding volgen die recht kan geven op studiefinanciering of tegemoetkoming studiekosten;
  • studenten die een Beroeps Begeleidende Leerweg volgen (BBL-studenten).

In al deze gevallen geldt geen korting op de uitkering.

Geldt de kostendelersnorm voor iemand die een vergunninghouder (tijdelijk) in huis neemt?

Om die vraag te beantwoorden, is belangrijk te weten of het om tijdelijk verblijf gaat (ZZA-regeling). De staatssecretaris van SZW zegt daarover in de Verzamelbrief van 13 november 2015:

“De persoon die tijdelijk bij een bijstandsgerechtigde inwoont, (…) hoeft (niet mee) te tellen voor de kostendelersnorm. Dit kan betekenen dat de persoon die tijdelijk bij een bijstandsgerechtigde inwoont, niet mee hoeft te tellen voor de kostendelersnorm. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om mensen in crisissituatie en daklozen. Ook kan het van toepassing zijn op vergunninghouders die gebruik maken van het zelf zorgarrangement en tijdelijk bij iemand inwonen. Per 8 september 2015 is het Zelfzorgarrangement (zza) van kracht. Vergunninghouders kunnen – op vrijwillige basis – gebruik maken van deze regeling en zien daarmee af van (tijdelijke) opvang in COA-locaties. De zza biedt de mogelijkheid om elders te verblijven tot het moment dat er woonruimte is gevonden in een gemeente. Een deelnemer aan het zza zorgt zelf voor een verblijfadres. Dat kan een adres bij familieleden of bij vrienden zijn. De vergunninghouder ontvangt daarvoor een kleine financiële vergoeding om zelf te voorzien in onderdak. Het is aan de uitvoering om op basis van concrete feiten en omstandigheden van het individuele geval vast te stellen dat het gaat om tijdelijk verblijf. Er is dus geen sprake van een categoriale ontheffing van de kostendelersnorm.”

Wat is de relatie tussen bijstand en het Zelfzorgarrangement (ZZA)?

De bijstand kijkt of er niet reeds een zogeheten ‘voorliggende voorziening’ is, een recht uit een andere bron. De ZZA-regeling biedt vluchtelingen al een vorm van inkomen en is daarmee een voorliggende voorziening voor de bijstand. Gebruikers van de ZZA-regeling krijgen om die reden geen bijstand.

Wanneer heeft een vergunninghouder recht op een voorschot?

De gemeente heeft 8 weken de tijd om het recht op een bijstandsuitkering vast te stellen. Om deze periode te overbruggen moet de gemeente een voorschot betalen, uiterlijk binnen vier weken na de datum van de aanvraag. Dit voorschot is in de vorm van een renteloze lening.

Mogen vergunninghouders een opleiding volgen met behoud van bijstand?

Iemand die studeert kan meestal aanspraak maken of studiefinanciering. Als een vergunninghouder studiefinanciering ontvangt, is er geen recht op bijstand.

De gemeente kan scholing of opleiding bieden om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Indien er geen recht op studiefinanciering bestaat kan dit bijvoorbeeld ook schakelonderwijs of een (verkorte) hbo of wo-opleiding betreffen.

Krijgen vergunninghouders voor de inburgering de reiskosten en eigen bijdrage kinderopvang vergoed?

Dit hangt van het beleid van de betreffende gemeente af. Het is de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de gemeente om te bepalen of en zo ja hoeveel bijzondere bijstand iemand krijgt. Dat hangt af van de persoonlijke omstandigheden.

Kunnen vergunninghouders een laptop krijgen?

Voor het volgen van onderwijs door vergunninghouders zelf of leerplichtige kinderen en voor andere zaken, is het hebben van een laptop praktisch of soms zelfs noodzakelijk. Dat valt onder bijzondere bijstand en is nadrukkelijk aan de gemeente om dit te bepalen.

Hoe zit het met Kinderopvangtoeslag als er een partner in het buitenland is?

Als de partner in het buitenland is of de partner is vermist, hebben vergunninghouders met kinderen geen recht op kinderopvangtoeslag. Dat bepaalt art. 1.6 Wet op de Kinderopvangtoeslag.

De gemeente kan in dat geval wel bijzondere bijstand verstrekken. De gemeente heeft de bevoegdheid en verantwoordelijkheid om dat zelf te bepalen.

Ook zijn gemeenten verantwoordelijk voor Sociaal Medische Indicatie en kinderopvang (SMI). Voor SMI kunnen gezinnen in aanmerking komen die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, bijvoorbeeld omdat maar een van de ouders werkt, terwijl de andere ouder om sociale of gezondheidsredenen tijdelijk niet in staat is om voor de kinderen te zorgen. Kinderopvang kan dan een (tijdelijke) oplossing bieden om de ouders te ontlasten en de ontwikkeling van het kind niet te schaden. Dat kan ook voor deze doelgroep gelden. Gemeenten krijgen jaarlijks extra middelen voor SMI.

Hoe zit het met de ‘ALO-kop’ als er een partner in het buitenland is?

Als de partner in het buitenland is of de partner is vermist, dan heeft de vergunninghouder met kinderen geen recht op de zogeheten ALO-kop. Dit is het extra kindgebonden budget vanwege het wegvallen van de eenoudertoeslag in de Participatiewet. Dat komt door het brede toeslag-partnerbegrip in de bijstand. Kan de gemeente ter compensatie bijzondere bijstand verstrekken?

Als de gemeente een signaal krijgt dat mensen als gevolg van het mislopen van de ALO-kop in de problemen komen, kunnen zij actie ondernemen. Dat kan onder andere via het toepassen van het centrale individualiseringsbeginsel in artikel 18, eerste lid, Participatiewet. Dit artikel biedt gemeenten de mogelijkheid om in individuele gevallen de hoogte van de algemene bijstand af te stemmen op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende. Daarnaast hebben de gemeenten ook bij deze problematiek de beschikking over het instrument van de individuele bijzondere bijstand. Ook dat zouden zij kunnen inzetten. De afweging maakt de gemeente zelf.

Welke bijstandsnorm geldt er als de partner geen verblijfsvergunning heeft?

Er is hier sprake van een niet-rechthebbende echtgenoot (art. 24). De rechthebbende echtgenoot ontvang 50% van de norm die zou gelden als hij gehuwd zou zijn met een rechthebbende echtgenoot. In de SZW verzamelwet 2016 is dit principe verduidelijkt. Tevens is in de memorie van toelichting daarbij aangegeven dat de individuele situatie van gehuwden met een niet-rechthebbende partner onderling sterk kan verschillen. Dit maakt dat bij toepassing van artikel 24 altijd goed gekeken moet worden naar de individuele situatie. Indien nodig heeft het college op basis van artikel 18 de mogelijkheid om in individuele gevallen de algemene bijstand af te stemmen op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende.

Vermoeden van misbruik van voorzieningen?

Het komt wel eens voor dat mensen bij binnenkomst in Nederland als een ‘plaatsingseenheid’ worden aangemerkt (dus bij elkaar horen) maar vervolgens bij de gekoppelde gemeente aangeven aparte huisvesting en dito uitkering te wensen. De gemeente kan dan het gevoel krijgen dat dit om onoirbare motieven (bijv. hogere uitkering) gebeurt. In dat geval is het altijd verstandig om dit te signaleren bij de IND en de situatie voor te leggen. De IND kan dan indien nodig beoordelen of de eerdere beslissing dient te worden herzien en/of de verblijfsvergunning dient te worden ingetrokken.

De melding kan doorgegeven worden aan de IND-ketenservicelijn: ketenservice@ind.minvenj.nl of 088-0430500.

Wie betaalt de huur van de woonruimte voor een vergunninghouder?

Vergunninghouders betalen zelf de huur voor hun woning, Zij betalen, net als iedereen, de normale huurprijs. Dat kan omdat zij met een verblijfsvergunning recht hebben op een bijstandsuitkering. Daar kunnen ze de huur mee betalen.

De enige uitzondering zijn vergunninghouders die in de gemeente worden geplaatst via het Gemeentelijk versnellingsarrangement. Zij vallen nog onder het regime van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en krijgen dus dezelfde vergoedingen als iemand in het COA. Dit is zakgeld en leefgeld. Zij krijgen dus geen bijstandsuitkering. De gemeente levert de huisvesting (zonder dat de vergunninghouder huur hoeft te betalen). De gemeente krijgt hiervoor maandelijks een bedrag voor de huisvesting van deze vergunninghouders van het COA.

Bekijk ook de overige veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen gezinshereniging
Veelgestelde vragen gemeentelijk versnellingsarrangement
Veelgestelde vragen verblijfsdocumenten en inschrijving BRP
Veelgestelde vragen huisvestingsproces
Veelgestelde vragen taakstelling 

Deze informatie komt van Platform Opnieuw Thuis.